Alle informatie op een rij

Eigenaarschap, we hebben het er steeds vaker over in het onderwijs.

Maar wat verstaan we eigenlijk onder eigenaarschap? Wat doet een leerling die eigenaarschap pakt?

Een eigenaar ben je of ben je niet, dat is iets wat je niet kan leren. Een leerling is de eigenaar van zijn leven, denken en van zijn leerproces.

Eigenaarschap is dat de leerling zich verantwoordelijk voelt voor zijn/haar eigen leerproces én er ook bewust sturing aan geeft. Bijvoorbeeld door voortdurend alert te zijn op wat goed en niet goed gaat en vervolgens initiatief neemt om bij te sturen als iets niet goed gaat.

Waaraan zie je dat een leerling geen eigenaarschap pakt?

Als hij/zij bij tegenvallende resultaten bijvoorbeeld vooral naar de docent wijst. Een leerling die niet bewust is van de invloed van zijn/haar eigen gedrag. Het leven overkomt hem/haar vooral.

Denk ook weer even aan het 90-10 principe van Covey (bovenstaande afbeelding), je mindset heeft ook met eigenaarschap te maken.

 

Je weet nu wat we onder eigenaarschap verstaan. Het is natuurlijk ook belangrijk dat je weet wat jij als docent kan doen om leerlingen meer eigenaarschap te laten ontwikkelen.

Om het eigenaarschap van leerlingen te ontwikkelen kun je onder meer de motivatie, betrokkenheid, zelfsturing en metacognitieve vaardigheden bevorderen.

Onder metacognitieve vaardigheden verstaan we de kennis en vaardigheden om het eigen denken, handelen en leren organiseren, te sturen en te controleren. Het denken over ons denken. Eigenlijk van een afstandje naar jezelf kunnen kijken, om problemen op te kunnen lossen.

Het is belangrijk dat leerlingen beseffen dat ze zelf invloed hebben op hun leerproces, dat hun gedrag ertoe doet tijdens het leren. Ook de manier waarop ze tegen zichzelf praten in hierbij van invloed uiteraard.

Wat je als docent kan doen:

  1. De autonomie vergroten van leerlingen door bijvoorbeeld keuzes te geven.
  2. Leerlingen begeleiden bij het toepassen van verschillende leerstrategieën, zodat ze de ruimte en kans krijgen om te ontdekken welke het beste bij hem/haar past.
  3. Leerlingen ondersteunende feedback geven. Feedback waardoor de leerling begrijpt wat hij kan doen om weer verder/vooruit te gaan. Om te weten of hij (weer) op de goede weg zit.
  4. Het aanbod van verschillende informatiebronnen verbeteren en vergroten. Waar kan de leerling informatie vinden die hij nodig heeft om verder te komen. Zo leert de leerling steeds beter zelf in actie te komen bij een vraag.
  5. Feedback aan de leerlingen vragen over je lessen, zo kan je je eigen lessen blijven verbeteren, aansluiten bij de leerlingen én hun betrokkenheid vergroten. Het is wel belangrijk dat leerlingen zien en merken dat je iets doet met hun feedback. Zo doe je het echt samen.
  6. Genoeg structuur bieden als houvast. Duidelijke kaders, uitleg van de opdracht, wat wil je wél zien en alles gestructureerd weergegeven.
  7. Denk ook aan de tips van de vorige modules: open houding, oordeelloos blijven, vragen stellen enz
  8. Aandacht besteden aan het ontwikkelen van de metacognitie door ze bewust naar hun eigen gedrag en gedachten te laten kijken bijvoorbeeld. Hier kan je ook weer de interventiekaarten van de executieve functies voor gebruiken.
  9. Een doelenbord ophangen in de klas en samen doelen stellen, zowel als groep als individueel.
  10. Een “van fouten kan je leren”-bord ophangen. Leerlingen leren dat fouten maken erbij hoort én zelfs je leerproces versterkt.

 

In dit filmpje hierboven wordt duidelijk in beeld gebracht wat er kan gebeuren als een leerling zonder doel aan de slag gaat. (olympics)

Het stellen van doelen maakt besluitvorming mogelijk, en het tegenovergestelde is ook waar. Het stelt mensen in staat om te filteren door wat belangrijk is, de moeite waard is om na te streven en wat niet.

Doelen stellen, we vragen de leerlingen regelmatig om doelen te stellen. Maar wat is het nut eigenlijk van doelen stellen?

Doelen stellen, we vragen de leerlingen regelmatig om doelen te stellen.

Maar wat is het nut eigenlijk van doelen stellen?

Doelen geven ons leven sturing. We bepalen met doelen een richting waar we naar toe willen gaan in ons leven. We staan dan even stil bij wat wij écht belangrijk vinden in ons leven. Wanneer zijn we tevreden over ons leven en de invulling die we eraan geven?

Alleen de leerling zelf kan zijn gedrag veranderen om zijn doelen te behalen, zoals in de uitspraak van Mary Ferguson hierboven mooi beschreven staat. Maar je kan als docent wel de begeleiding en support bieden om de doelen zo te formuleren dat het haalbare doelen worden.

Kortom doelen stellen helpt leerlingen:

– Bewustere keuzes te maken

– Het vergroten van hun eigenaarschap

– Richting te geven aan hun leven

– Focus

– Zichzelf beter te leren kennen en te managen

– Bezig te zijn met het (leer)proces in plaats van alleen het resultaat

– Zelfvertrouwen ontwikkelen in eigen kunnen

– Bewust te worden van de invloed die zij kunnen uitoefenen op hun leven

– en nog veel meer…

Wat zie je aan het gedrag van mensen die geen doelen stellen in hun leven.

Besluiteloosheid, gebrek aan focus, verveling en het niet hebben van iets specifieks om naar te streven, gevoel van nutteloosheid, het gevoel niet alles uit het leven te halen. Symptomen van depressie. Wegduikgedrag. Overmatig drugs-en alcoholgebruik of gamen. En ga zo maar door.

Doelen stellen is dus heel waardevol en nuttig om het eigenaarschap te vergroten!

Er zijn 4 verschillende soorten doelen:

  1. Vermijddoelen= Doelen om pijn en falen te vermijden. Je richt je hierdoor vooral op datgene wat je wilt voorkomen in plaats van wat je wilt bereiken. Je focus ligt dan vooral op het nee-gebied. Deze doelen hebben wel een functie, ze zijn bijvoorbeeld heel waardevol voor onze veiligheid in het verkeer. We doen een gordel om, om te vermijden dat we bij een ongeluk door de auto slingeren. We stoppen bij een rood stoplicht om te voorkomen dat er een ongeluk gebeurt. Maar ze werken vaak niet zo goed als het gaat om doelen op het gebied van persoonlijke ontwikkeling. Zoals een leerling die wil voorkomen dat hij faalt voor een toets. Dan ontstaat er spanning en stress en krijg je het “denk niet aan een roze olifant”-effect.
  2. Bereik-doelen =waar je naar toe wilt werken. Een doel dat je wilt bereiken. “Ik zet alles op alles om dat te kunnen bereiken”. Je focus ligt op waar je wél naar toe wilt. Deze doelen werken beter als het gaat om persoonlijke ontwikkeling dan de vermijdingsdoelen.
  3. Ontwikkeldoelen = Je richt je vooral op de weg naar je einddoel toe. Je focus ligt dus op het proces. Hierdoor ben je gericht op het werven van vaardigheden en kennis in plaats van alleen op het eindresultaat. Ontwikkeldoelen zijn minder vatbaar voor stress, angst om te falen en spanning. Mensen presteren ook beter na negatieve feedback bij ontwikkeldoelen dan bij prestatiedoelen.
  4. Prestatiedoelen= Je richt je op het eindresultaat. Je denkt niet van te voren na over wat je moet doen om daar te komen. Het is vooral een gevoel van winnen-verliezen. Prestatiedoelen worden vaker niet behaald dan ontwikkeldoelen, omdat mensen niet bezig zijn met het gedrag en de acties die zij moeten ondernemen om er te komen. Ze hebben geen voorbereiding. Deze doelen stranden daardoor ook meestal na enige tijd.

Doelen stellen én ernaar streven kan best lastig zijn voor leerlingen. Vaak schrijven ze dingen op als “goede cijfers halen. Slagen.. Overgaan. Rijk worden. Grote villa en sportauto”. De doelen zijn vaak te groot en vaag, waardoor ze er eigenlijk niks voor doen om ze te behalen.

Een aantal valkuilen op een rij:

  1. Te vage of te grote doelen stellen
  2. Je doelen alleen bedenken en niet opschrijven, hierdoor wordt het gewoon een van de zoveel gedachten die je op een dag hebt en zal er weinig gebeuren.
  3. Alleen het eindresultaat willen hebben en je daarop focussen en daardoor vergeten haalbare tussendoelen te bedenken om naar het einddoel toe te werken. Daardoor is de eerste trede van de ladder naar hun doel te groot en doen ze niks….Zie het rechter mannetje op de afbeelding hierboven. Dat is ook precies de reden waarom een ontwikkeldoel voor meer succes zorgt dan een prestatiedoel.

Haalbare doelen stellen én behalen is dus best een kunst. Dat komt vooral doordat je een bepaalde gedragsverandering moet aanbrengen. Gedrag veranderen vraagt om continuïteit, doorzettingsvermogen, kleine stapjes, een duidelijk doel én van je discipline uiteindelijk nieuwe gewoonten/routines maken. Je wilt namelijk iets veranderen in je leven. In het begin kost dat moeite, tijd en energie.

Het is belangrijk om comfortabel te worden in het oncomfortabel zijn…nieuwe dingen leren is in het begin namelijk vaak oncomfortabel. Terugvallen in oud gedrag is dan al snel een valkuil…

Aandachtspunten bij haalbare doelen stellen:

  • Doelen geven je leven richting
  • Als je het idee hebt dat je je doel niet kan bereiken, pas dan de stappen er naar toe aan en niet je doel.
  • Focus op de weg naar je einddoel in plaats van op het resultaat. Zorg er dus voor dat je een leerdoel/ontwikkeldoel hebt ipv een prestatiedoel. Een ontwikkeldoel zorgt voor een succesvoller resultaat, omdat je je op het ontwikkelen van kennis en vaardigheden richt in plaats van op het resultaat.
  • Fouten maken is noodzakelijk om vooruit te komen.
  • Je doel opschrijven vergroot je kans op succes met 50%!
  • Een mens is een product van zijn gedachten, wat je denkt wordt je -Mahatma Gandhi- Coach jezelf daarom op een positieve manier! Mindset is heel belangrijk, helemaal op moeilijke momenten
    • Vertel je doel aan anderen. Deel je doel met anderen. Dat zorgt ervoor dat je ook sneller in actie komt.
    • Zet deadlines voor jezelf, zodat je gedwongen wordt om ermee aan de slag te gaan.
    • Zorg ervoor dat je feedback krijgt op weg naar je doel. Stel vragen over hoe iets moet, kan, mag. Dat helpt je vooruit te komen. Check ook of je op de goede weg bent en stuur bij waar nodig.
    • Bedenk van te voren wat je tegen kan komen op weg naar je doel. Op welke momenten kan je het moeilijk krijgen en zal je misschien wel de neiging krijgen ermee te stoppen? En wat kan je op die momenten doen?
    • Een duidelijke WHY is waardevol. Hoe helderder je hebt waarom dit doel belangrijk vindt om te bereiken, hoe meer motivatie en doorzettingsvermogen je zal hebben om hem daadwerkelijk na te streven.

In dit filmpje leg ik aan leerlingen uit hoe zij ervoor kunnen zorgen dat ze op de juiste manier doelen stellen.

 

Ondersteunende feedback geven

Feedback is ontzettend belangrijk op weg naar het doel. De vorm van feedback is ook heel belangrijk. Je kan alleen maar complimenten geven aan een leerling of juist dreigen met als hij zo doorgaat dat hij het jaar gaat niet gaat halen. Beide manieren geven de leerling geen handvatten om dichterbij zijn doel te komen.

Ga er gerust vanuit dat elke leerling succes wil behalen, wil slagen, dat dingen lukken. Alleen weten ze vaak niet HOE en/of waarom ze het moeten doen. Om daar meer helderheid over te krijgen is effectieve feedback noodzakelijk. Het geeft sturing en de leerling de mogelijkheid om zijn eigen gedrag en proces positief bij te sturen.

Wist je dat er een hele grote sterke hersenactiviteit is als we een fout maken of te maken hebben met een teleurstelling? De anterieure cingulate cortex (ACC), het wordt ook wel het OEPS-gebied genoemd, detecteert gemaakte fouten eerder dan dat wij ze zelf door hebben! De ACC is een structuur in de prefrontale schors van de hersenen, die onder andere betrokken is bij de verwerking van pijn en het signaleren van conflictsituaties. Deze wordt dus actief als je een fout maakt. Stel dat je door rood fietst en er rijdt net een politie voorbij…

Dit OEPS-gebied heeft als doel dat we sterke drang en motivatie voelen om onszelf te ontwikkelen, zodat we het de volgende keer anders en beter te doen. Het zorgt er dus voor dat we ons persoonlijk ontwikkelen. Fouten (mogen) maken is dus ontzettend waardevol.

Hoe actief het OEPS-gebied is verschilt per persoon. Bij mensen met perfectionisme is hij overactief. Ook als je koffie hebt gedronken wordt dit gebied steeds actiever bij fouten. Terwijl hij bij mensen die minder sociaal zijn minder actief is bij het maken van fouten, ook na het nuttigen van alcohol is hij minder actief.

Fouten mogen maken zorgt voor meer inzet!

Het is uit onderzoek gebleken dat de leerlingen die in een klas zaten waar fouten maken normaal en goed was, veel beter hun best doen en betere resultaten behalen. Dat komt omdat ze niet bang zijn om fouten te maken. Dat is toch interessant (en tegelijk logisch).

Het is daarom eigenlijk heel vreemd dat we leerlingen nog steeds straffen bij het maken van fouten. Straffen met onvoldoendes, zitten blijven, strafwerk enz. We mogen hier echt iets anders in gaan doen en daar kan jij al mee starten in je lessen!

Onder het filmpje staat nog een button naar een artikel 

Hoe laat je leerlingen veilig fouten maken in de klas?

Artikel uit de TUMULT- Gepubliceerd op: 26 november 2018
Door: Martina Nieuwenhuis

Wist je dat ze in de VS een faillissement in hun cv zetten? Stel je voor: je bent met de beste ideeën en bedoelingen een bedrijf begonnen en na een jaar moet je de stekker eruit trekken. En een nieuwe richting aan je leven geven. Zou jij daarmee te koop lopen? Of zou je verzwijgen wat de reden voor die nieuwe richting is? Dit heeft alles te maken met hoe we aankijken tegen het maken van fouten. Vinden we die negatief? Of zijn ze bewijs van een gedurfd en positief initiatief waarvan we veel leren?