Les 2: Concentratieproblematiek, je kan er iets aan doen!

Concentratieproblematiek is een gevolg van iets anders, het is dus niet het échte probleem. Denk hier bijvoorbeeld aan de lege competentiebatterij. Die tiener die niet weet wat, hoe of waarom hij iets moet doen zal sneller afgeleid zijn door zaken. Er zijn meer van dit soort oorzaken. Ik zal in deze les delen wat erachter kan zitten.

“Ik heb nou eenmaal een concentratieprobleem” is een dooddoener en met die uitspraak zet een tiener zichzelf vast in de 10% (van het 10-90 principe van Covey. Hij zit in de slachtofferrol en pakt dan geen verantwoordelijkheid). Daar gaan we niet langer mee akkoord. Concentreren is een kwestie van aanpakken, oefenen, trainen en weten wat je eraan kan doen! Want dat kan echt. Het gaat om zelfregulatie en zelfsturing. Ook als je add/adhd hebt.

TIP:

Schrijf op verschillende memoblaadjes je taken (in delen) op. Elke memoblaadje is 1 (deel)taak. Hang ze op. En start. Zorg dat je aan het eind van de dag alle memoblaadjes hebt weg gewerkt. Dit zorgt voor FOCUS

 

Hieronder een filmpje van Gabor Maté over ADHD. Hij legt uit dat het gedrag van kinderen een gevolg is van het gedrag en de gevoelens van ouders. Dat er nu meer diagnoses zijn wil zeggen dat er een probleem is in het gedrag van ouders. Als we willen dat kinderen zich weer anders gaan gedragen, moeten de volwassenen ander gedrag laten zien.

Verdiepende vragen. 

1. Wie binnen het gezin worstelen er echt met concentratieproblematiek? Als niemand er mee worstelt kan je de andere vragen van deze les overslaan.

2. Kies een persoon met een concentratieprobleem uit om uit te zoeken wat de oorzaak hiervan is (dat moet de desbetreffende persoon zelf natuurlijk ook willen).

a) Op welke momenten is hij/zij vooral snel afgeleid? Als hij/zij dat nog niet weet kan het interessant zijn om daar eens bewust samen op te letten een paar dagen.
b) Wat is daarvan de reden volgens deze persoon zelf?
c) Wat doet hij/zij als hij zich laat afleiden? (gamen? mobiel pakken, eten/drinken pakken, hond knuffelen enz).

3. Wat is op de meeste momenten de oorzaak dat hij/zij zich laat afleiden? Denk hierbij aan: saaie lesstof, moeilijk, ziet het nut er niet van in, weet niet wat er precies moet gebeuren, weet niet hoe het moet gebeuren, vol hoofd met…. of anders.

4. Afhankelijk van het antwoord op vraag 3 kan je samen bedenken wat er zou kunnen helpen om de focus te houden op één taak/opdracht. Wat hebben jullie voor acties kunnen bedenken samen? Probeer ze een aantal keren uit! Werkt het? TOP! Werkt het niet? Dat is niet erg, zoek gewoon naar nieuwe acties en test ze uit.

5. Welke kwaliteiten heeft de persoon met concentratieproblemen? Noteer ze en bedenk samen hoe hij/zij ze kan inzetten om de focus te vergroten.

6. Zie het je laten afleiden als 2 poppetjes op je schouders. De een wil dat je doorzet en alles doet wat je moet doen. De andere wil ervoor weglopen en makkelijkere en leuke dingen gaan doen, uitstellen….De keuze is aan jou, pak je de regie over jezelf en luister je naar de 1e of laat je je afleiden en kies je voor de weg van de minste weerstand en ga je andere dingen doen. Welke keuze maak je?

7. Wat ga je doen op het moment dat je merkt dat je je laat afleiden?

8. Vier je successen! Is het gelukt om de regie over jezelf te pakken en door te zette op basis van wilskracht? Voel de trots, de overwinning. Beloon jezelf met dit trotse gevoel. En de volgende keer dat je merkt dat je je laat afleiden denk je aan dit succes! Je kan het.