Wist je dat er een hele grote sterke hersenactiviteit is als we een fout maken of te maken hebben met een teleurstelling? De anterieure cingulate cortex (ACC), het wordt ook wel het OEPS-gebied genoemd, detecteert gemaakte fouten eerder dan dat wij ze zelf door hebben! De ACC is een structuur in de prefrontale schors van de hersenen, die onder andere betrokken is bij de verwerking van pijn en het signaleren van conflictsituaties. Deze wordt dus actief als je een fout maakt. Stel dat je door rood fietst en er rijdt net een politie voorbij…
Dit OEPS-gebied heeft als doel dat we sterke drang en motivatie voelen om onszelf te ontwikkelen, zodat we het de volgende keer anders en beter te doen. Het zorgt er dus voor dat we ons persoonlijk ontwikkelen. Fouten (mogen) maken is dus ontzettend waardevol.
Hoe actief het OEPS-gebied is verschilt per persoon. Bij mensen met perfectionisme is hij overactief. Ook als je koffie hebt gedronken wordt dit gebied steeds actiever bij fouten. Terwijl hij bij mensen die minder sociaal zijn minder actief is bij het maken van fouten, ook na het nuttigen van alcohol is hij minder actief.
Fouten mogen maken zorgt voor meer inzet!
Het is uit onderzoek gebleken dat de groep waar fouten maken normaal en goed was, veel beter hun best doen en betere resultaten behalen. Dat komt omdat ze niet bang zijn om fouten te maken. Dat is toch interessant (en tegelijk logisch).
Het is daarom eigenlijk heel vreemd dat we in het onderwijssysteem nog steeds leerlingen straffen bij het maken van fouten. Straffen met onvoldoendes, zitten blijven, strafwerk enz. Onderstaande video zit in de verdiepende training voor docenten, maar ik plaats hem ook in deze training. Het is namelijk voor docenten en ons als ouders belangrijk om dit te weten en ernaar te handelen in de praktijk.
Verdiepende vragen voor meer inzicht:
1. Hoe heb jij geleerd om met fouten om te gaan vroeger?
2. Je kinderen maken fouten, bijvoorbeeld door dingen te vergeten, kwijt te raken, stuk te maken, niet goed genoeg te leren, onhandige opmerkingen maken naar broertje/zusje en ga zo maar door. Hoe zou jij hiermee om willen gaan vanaf nu en waarom?
3. Als je nu even stilstaat bij jouw reactie op fouten van je tiener, valt je dan ook iets op aan je manier van reageren? Zo ja, wat valt je op?
4. In het onderwijs is alles behoorlijk prestatiegericht. Leerlingen moeten bepaalde cijfers halen om over te mogen gaan, de focus ligt vooral op de resultaten en nauwelijks op het proces. Dat maakt fouten maken voor tieners een stuk spannender en lastiger. En voor ouders is het daardoor ook moeilijker om hun kind ruimte te geven om fouten te maken en daarvan te leren. Hoe kijk jij hier tegenaan? Hoe ervaar jij dit als ouder?
5. Wat wil je je kind meegeven rondom het maken van fouten?
6. Waar ga jij de komende tijd extra aandacht aan besteden om je kind het antwoord van vraag 5 mee te geven?