Les 5: Faalangst is eigenlijk angst om iets niet goed genoeg te kunnen

Faalangst zorgt er vaak voor dat de tiener stil blijft staan. Geen risico wil lopen op falen. Bang is door de mand te vallen, dom te zijn en kritiek te krijgen. Het gaat uiteindelijk om diepe onzekerheid, een laag eigenwaarde. Door geen fouten te maken en te voorkomen dat iets mis gaat, probeer je niet teveel op te vallen. Probeer je je eigenwaarde niet (nog meer) te laten kelderen….Dit belemmert de ontwikkeling, want je kiest vaker voor de makkelijkste en veiligste weg in plaats van voor de uitdaging en groei. Fouten maken is nodig om jezelf te kunnen ontwikkelen.

De kans is aanwezig dat als je tiener worstelt met faalangst dat je als ouder hier ook (heel confronterend) een aandeel in hebt. Shit, niet tof….Misschien wist je dat diep van binnen  al. Jouw rol hierin kan verschillend zijn:

1. Je hebt hoge verwachtingen en eisen aan je kind. Als jouw kind het goed doet, voel jij je een betere ouder.
2. Je doet veel voor je kind om te voorkomen dat hij/zij tegenslagen ervaart. Je wilt hem/haar besparen waar je zelf moeite mee hebt of vroeger hebt gehad. Hierdoor heeft je kind het idee dat hij/zij het niet zelf kan.
3. Je bent in je gedrag en woorden meer prestatiegericht in plaats van procesgericht. Je kind wil goed scoren en jou niet teleurstellen, maar hij/zij weet niet hoe de prestaties beter kunnen. Daarom is niks doen soms veiliger. Dan verdwijnen misschien de verwachtingen én kan je altijd zeggen: “ik kan het wel, maar heb gewoon te weinig gedaan”.
4. Opmerkingen als “je bent zo slim, je kan het makkelijk als je maar wat deed” zorgt vaak voor faalangst, want “wat als ik toch dommer blijk te zijn dan ze denken. Ik doe daarom maar niks, dan kan ik ook niet door de mand vallen”

Het is niet erg als je jezelf in een of meerdere gedragingen herkent! Je doet deze training omdat je wilt leren wat er anders kan om je tiener optimaal te kunnen begeleiden op een positieve manier. Hoe mooi is dat! We zijn als mens nooit uitgeleerd toch? In dit filmpje leg ik je uit wat je kan doen om dit te doorbreken.

Verdiepende vragen: (deze vragen zijn bijna hetzelfde als bij perfectionisme)

1. Welke vorm van faalangst herken je binnen het gezin? Passieve of actieve faalangst?

2. Ervaart de desbetreffende persoon het zelf als een blokkade, worsteling? Zo ja, wat is vooral vervelend eraan?

3. Wat zou de desbetreffende persoon graag willen doen of leren wat hij/zij nu niet durft en doet omdat hij/zij bang is het niet te kunnen?

4. Wat is het ergste wat er zou kunnen gebeuren?

5. Visualiseer hoe je wil dat het zou gaan? Hoe zou je je dan voelen? Wat zou je doen? Wat zou er gebeuren?

6. Kan je naar je visualisatie toewerken in kleine stapjes? Welke stapjes zou je kunnen zetten om daar dichterbij te komen?

7. Voor jou als ouders: hoe wil jij je tiener hierin begeleiden? Welke acties ga je nemen?