Les 1:
Systemisch kijken is eigenlijk oordeelloos waarnemen. Waarnemen wat er op dat moment gebeurt. Belangrijk is het willen begrijpen wat er achter het gedrag zit.
Familiesysteem = kinderen, ouders, opa’s, oma’s, ooms, tantes, ook overleden mensen
Een familiesysteem wil altijd compleet zijn. Vergelijkbaar met een geschiedenisboek.
Gedrag komt altijd ergens vandaan. Kijk naar je kind, maar ook naar het hele familiesysteem.
Als daar niet over gesproken is en mag worden zal dat net zo vaak terugkomen totdat het wordt “gezien”.
Naast familiesystemen zijn er ook nog andere systemen in ons leven: schoolsysteem, werksysteem, sportsysteem. Overal waar je komt en dingen doet heeft een eigen systeem
Weet dat oordelen niet slecht is. Het is een beschermingsmechanisme om te bepalen wat goed is , waar je bij wil horen en wat fout/gevaarlijk is en waar je bij weg wil blijven
Les 2:
Jouw ouders hebben invloed op wie en hoe jij bent geworden.
Je hebt elke dag opnieuw de keuze of je dingen anders wilt doen dan je ouders.
Jouw ouders hebben jou gegeven wat ze konden bieden.
Jouw ouders hebben ook hun verhaal. Wat zij hebben meegemaakt heeft invloed op hun gedrag en leven.
Het is waardevol om hier bewust van te zijn. Dit zorgt voor begrip voor het wellicht ontbreken van bepaalde dingen.
Het grootste cadeau wat je ouders jouw hebben gegeven is het leven. Wees daar dankbaar voor.
Het levert heel veel op om te leren accepteren en erkennen wie en hoe jouw ouders zijn of waren. Liefdevol naar hun kunnen kijken. Dat geeft rust en ruimte.
Besef dat jij op nummer 1 staat, de relatie met de andere ouder op 2 en daarna komen je kinderen. Als het goed gaat met jou, gaat het ook eerder goed met je kinderen.
Wij hebben als volwassenen de erkenning van onze ouders nu niet meer nodig om te kunnen overleven. We kunnen dat aan onszelf geven nu.
Je hebt wellicht bepaalde triggers en gevoeligheden ontwikkeld door hoe je ouders met jou zijn omgegaan. Probeer jezelf hier bewust van te worden, het verschil tussen iets van je innerlijke kind en je volwassen ik.
Les 3:
Ouderbetrokkenheid = de betrokkenheid van ouders bij hun kind in en om het huis. Het gaat om de belangstelling voor je kind en wat hem bezighoudt. Zodat het kind voelt dat hij ertoe doet.
De ouderbetrokkenheid is heel bepalend voor het welbevinden van een kind én het schoolsucces
Het is uit wetenschappelijk onderzoek gekomen dat positieve ouderbetrokkenheid een positief effect heeft op succes.
Achter elk gedrag zit een reden. Ook bij een ouder en docent.
Achterhalen wat de reden is kan alleen als je oordeelloos ernaar kan kijken en vragen kan stellen.
Als scholen alleen contact met ouders opnemen over minder goede resultaten of problemen worden ouders in de rol van controleur gedrukt. Dit heeft een negatieve invloed op het kind en de prestaties.
Het leven draait niet om school. School is bijzaak. Het leven draait in de basis om het positieve contact tussen. Dat zorgt ervoor dat je kind lekker in zijn vel zit, doorzet, nieuwe uitdagingen aan durft aan te gaan.
Hoe je kind het op school doet zegt niks over of jij een goede ouder bent of niet.
Leef voor wat je je kinderen wilt meegeven. Laat met je gedrag zien dat jij ook doet wat werkt.
Worstelt je kind met school? Ga in gesprek met de school. Doe het samen met de school. Zorg ervoor dat je kind voelt en merkt dat ouders en school samenwerken, dat geeft hem steun.
Denk bij alles: wat heeft mijn kind nodig? Wat helpt hem?
Geef erkenning. Geef ruimte. Begrip. Kijk naar het kind en laat het plaatje waar je kind aan moet voldoen los.
Geef je kind keer op keer het vertrouwen dat hij iets kan (leren).
Les 4:
Systemisch kijken naar dyslexie, dyscalculie, adhd, autisme, hoog sensitiviteit. Het kan erop wijzen dat je kind wordt “ingehuurd” door het familiesysteem.
Je kan vragen aan het gedrag wat het je wil vertellen, wat je moet zien. Misschien popt er een antwoord op. De vraag stellen kan al rust en ruimte creëren voor het kind. Hieronder leg ik kort uit welke systemische uitleg er wordt gegeven rondom onderstaande situaties. Ik heb deze informatie uit de verschillende boeken over systemisch werk.
Dyslexie:
Er is vaak in eerdere generaties sprake geweest van onmogelijke keuzes.
Dyscalculie:
Kan erop wijzen dat iemand op een verkeerde kindplek staat. Bijvoorbeeld dat je denkt dat je op kindplek 2 staat. Maar dat er nog een zwangerschap tussen de oudste en jou in zat. Dan ben je dus eigenlijk kind 3.
ADHD:
ADHD wil iets laten zien wat er niet mag zijn, dat geeft onrust in het hoofd.
Dit kan wijzen op verwarring en tegengestelde zaken binnen de familie. Bijvoorbeeld dat ouders een verschillend geloof hadden. Eigenlijk niet mochten trouwen van de gemeenschap, maar het wel wilden omdat ze van elkaar hielden. Of als een moeder is gestorven direct na de geboorte van een kindje.
Autisme:
Een ouder herkent zichzelf vaak in de autisme door de diagnose van hun kind.
Bij 9 van de 10 opstellingen kwam het volgende naar voren: autisme komt vaak naar voren als er in eerdere generaties sprake is geweest van homoseksualiteit. Wat niet besproken en geuit mocht worden. Je moest zwijgen.
Hooggevoeligheid:
Je voelt goed aan wat er niet wordt gezegd. Het kan zijn dat er vroeger te pijnlijke dingen zijn gebeurd waar niet over gesproken werd. Denk hierbij aan het gevoel van machteloosheid, onmacht, schuld, sterk moeten zijn, eenzaamheid. Dan is het makkelijker om er niet over te praten soms. Hooggevoelige kinderen hebben behoefte aan helderheid, duidelijkheid. Zij voelen dat er iets is en kunnen zich naar gaan voelen als het niet wordt verteld. De boodschap die deze kinderen jou geven: zorg dat je je eigen gevoelens helder hebt, kan benoemen en erkennen. Zodat je gevoelens ook door jezelf gezien worden, dat ze er mogen zijn. Je hoeft ze niet altijd uit te spreken.